zondag 27 juli 2008

WET MENTORSCHAP

Wet mentorschap, Wet van 29 september 1994, houdende mentorschap ten behoeve van meerderjarigen, Stb. 1994, 757 Iwtr.: 1 januari 1995, Stb. 1994, 779.

De Wet op het Mentorschap (BW 1, Titel 20) behandelt het instellen -door de kantonrechter (resp. de BOPZ-rechter)- van een mentorschap voor een meerjarige die op grond van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat zelf zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen (wilsonbekwaam).

De mentor is bedoeld voor beslissingen inzake verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding.
De mentor legt verantwoording af aan de kantonrechter.
Voor vermogensrechtelijke zaken kan een curator worden benoemd. Deze curator is bevoegd zowel op vermogensrechtelijk gebied als op het terrein van de mentor.

Zie ook: Besluit van 19 januari 1995, houdende wijziging van het Besluit voogdijregisters, Stb. 1995, 36, Iwtr.: de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug toten met 1 januari 1995 (Artikel II).

TOELICHTING Artikel 453a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als vervat in de Wet van 29 september 1994, houdende mentorschap ten behoeve van meerderjarigen (Stb. 757) opent de mogelijkheid dat de rechter, indien hij dit noodzakelijk acht, aan de instelling van het mentorschap of gedurende het mentorschap het gevolg kan verbinden dat artikel 246, vierde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat in het over een minderjarige uit te oefenen gezag van een ouder wijziging wordt gebracht: degene ten behoeve van wie het mentorschap is ingesteld, wordt geacht in de onmogelijkheid te verkeren de ouderlijke macht uit te oefenen. Dit feit dient derhalve in het voogdijregister te worden aangetekend.

Zie hierover ook Kamerstukken II, 1992–1993, 22 474, nr. 6, blz. 12, bovenaan. Artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit voogdijregisters is in verband hiermee aangepast.
De wet inzake het mentorschap is op 1 januari 1995 in werking getreden. Omdat de wijziging van het Besluit voogdijregisters na dit tijdstip in werking treedt, is voorzien in een terugwerkende kracht van de verplichting tot inschrijving van de beslissingen, bedoeld in artikel 453a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
De griffies van de kantongerechten zijn inmiddels reeds verzocht hiermee rekening te houden. De Staatssecretaris van Justitie, E. M. A. Schmitz Bron: NOTA VAN TOELICHTING, Stb. 1995, 36.